“Ogenschijnlijk een normaal leven”.

Ik ben opgegroeid in Sevenum, samen met mijn jongere broertje en ouders. Al van jongs af aan voelde ik me anders. Ik kon moeilijk onder woorden brengen wat ik voelde, werd vaak niet begrepen en probeerde op diverse – niet altijd passend bij de situatie – manieren duidelijk te maken wat ik nodig had. Thuis uitte zich dat in boosheid en verdriet. Ik dacht dat mijn broertje werd voorgetrokken en had het gevoel dat ik minder waard was. Het voelde oneerlijk, maar ik wist niet hoe ik dat moest zeggen. Soms liep ik zelfs van huis weg, in een wanhopige poging om gehoord te worden.

Op de basisschool ging het me als kind makkelijk af en ik mocht doorstromen naar de havo. Maar daar begon het afglijden. Ik deed het minimale, haalde nipt mijn overgangen en moest mijn examenjaar overdoen. In die periode begon ik te experimenteren: stiekem roken, uitgaan, softdrugs, maar ook verliefd worden. Praten over wat ik voelde of als ik ergens tegenaan liep? Dat deed ik niet. Alles kropte ik op. Ik wilde voor anderen zorgen, maar vergat mezelf.

Tijdens mijn studie in Den Bosch woonde ik op kamers en leidde ik een dubbelleven. Thuis waren er spanningen, omdat ik me niet uitte. Ik zat met persoonlijke problemen die zich opstapelde en zette me af tegen mijn ouders. Ik gebruikte wiet in het geheim om al mijn gevoelens te verdoven en zette maskers op. Niemand mocht weten hoe slecht het écht met me ging. In het begin leek ik het onder controle te hebben, maar al snel kwam er meer bij kijken. Ik experimenteerde met andere verdovende middelen en verloor langzaam de grip.

Toen mijn wietvoorraad werd ontdekt, kreeg ik een keus: hulp zoeken en terug bij mijn ouders wonen, of doorgaan op eigen houtje. Ik koos voor thuis wonen en hulp zoeken – of dat dacht ik. In werkelijkheid verviel ik snel in oude patronen: liegen, manipuleren, slachtofferrol. Desondanks haalde ik mijn diploma Pedagogisch Werker Jeugdzorg en werkte als begeleider, maar gebruikte ondertussen dagelijks cocaïne.

In de jaren daarna ben ik op mezelf gaan wonen in het station van Horst-Sevenum en leidde ogenschijnlijk een normaal leven, maar in werkelijkheid gebruikte ik elke avond en ging de volgende ochtend weer ‘gewoon’ werken. Niemand merkte iets. Ik had geldproblemen, sliep slecht, loog tegen iedereen – en bleef volhouden. Zes jaar lang.

Pogingen om te stoppen mislukten. Ik wilde het alleen doen, maar verslaving is sterker dan trots. Op 12 april 2022 bereikte ik mijn dieptepunt. Onder invloed reed ik rond, schreeuwend in de auto dat ik het niet meer aankon. Ik wilde dat het stopte. Gelukkig gebeurde er geen ongeluk, al wilde ik dat op dat moment wel. Die avond veranderde alles.

Thuis schreef ik een brief aan mijn vriendin Eline, mijn ouders, mijn broertje en schoonzus. Voor het eerst vertelde ik de waarheid. Geen maskers, geen leugens – alleen ik. En ik vroeg om hulp.

Vanaf dat moment liet ik hulp écht toe. Ik leerde om te praten, te verwerken, en mezelf te accepteren. Sinds 12 april 2022 ben ik clean en in herstel. Mijn leven is volledig veranderd. Ik heb mijn kracht gevonden in kwetsbaarheid, eigenwaarde, zelfliefde en het durven vragen om hulp.

Die kracht geef ik nu met liefde door aan anderen.